Placeholder image

Kind gaat altijd voor bij Gert-Jan de Zwart die afscheid neemt na 31 jaar schooldirecteur te zijn geweest in Leiden

04 juli 2019
Scheidend schooldirecteur Gert-Jan de Zwart herinnert zich zijn oud-leerling nog goed. Slim, hardwerkend en afkomstig uit een 'goed gezin' was Abdenasser. „Enorm gedragen door zijn familie ook. Alleen hadden ze zoveel kinderen in zo'n klein huisje, dat hij geen rustige plek had om te leren. Toen we een bureautje over hadden, regelden we dat hij daar, thuis op de gang, goed aan kon werken." Bron: LeidschDagblad, 3 juli 2019

Hoewel de jonge Merenwijker nooit les had gekregen van De Zwart - schoolhoofden van tegenwoordig hebben daar geen tijd meer voor - stuurde hij zijn vroegere directeur laatst wel een LinkedIn-bericht. „Hij was afgestudeerd als arts en bedankte me voor de eerste stappen die hij heeft gezet op de Merenwijkschool, waar ik tot 2010 werkte." En na even slikken: „Fijn en heel leuk dat hij dat doet. Als directeur probeer je inderdaad - als dat even kan - dingen mogelijk te maken."

Daarbij geldt, zo benadrukt hij, 'dat het kind voor gaat'. „Helaas wordt dat nog wel eens vergeten in het onderwijs. Terwijl je je, bij alles wat je doet, moet afvragen: wordt een kind hier blijer en standvastiger van? Heeft hij er echt wat aan voor zijn toekomst?"

„En wanneer het niet zo lekker gaat met een leerling, moet je ook kijken: wat helpt bij dit gezin; hoe kan ik daar helpen? Dat kan ook betekenen dat je soms een stap minder hard zet met leren."

Systeem

Natuurlijk, De Zwart weet als geen ander dat er 'een heel systeem is'. En dat systeem heeft 'veel meetmomenten', waarvan de cito-toets de bekendste is: „Maar je moet niet vanuit dat systeem denken, want dan schiet je je doel voorbij." Beter is het volgens hem om het systeem als hulpmiddel te zien en vooral 'te vertrouwen op je eigen indrukken en wat je weet over een kind'.

Om ervoor te zorgen dat personeel, ouders en kinderen vertrouwen in hem hebben, keek hij nooit op een minuut. ,,Zo voelde ik me - zonder te bevaderen - heel erg betrokken bij het personeel. Ik wilde graag weten wat er gebeurt, ook in de privésfeer, en daar aandacht aan besteden.'' En aan het begin en aan het einde van de schooldag, staat hij steevast aan de poort. Of, zoals de laatste tien jaar bij de ruim 450 leerlingen tellende Lucas Van Leydenschool, dan weer aan de poort in de Steeg en dan weer aan de poort bij de vestiging aan de Vliet. Niet alleen wilde hij vanaf die plek iedereen welkom heten of gedag zeggen, hij benadrukte zo ook hoe benaderbaar hij is. ,,Veel ouders ken je ook. Soms ook benaderen ze je.''

Zijn carrière begon in 1976, met een tijdelijk leraarschap op de Drie Oktoberschool. Al snel stapte hij over naar de Pestalozzischool aan de Kernstraat - waar nu de nieuwbouw van het Bonaventuracollege Burggravenlaan staat. Enkele jaren later ging de school samen met de Oppenheimschool - omdat die wél een voor een basisschool benodigde kleuterschool had en de 'Pestalozzi' niet - en kreeg als naam De Burggraaf. Dat De Zwart daar in 1988 directeur werd, die nog wel de helft van de week lesgaf, was niet omdat hij daar zo op aanstuurde. Het was meer omdat er in een tijd vol lerarenoverschotten regelingen waren waarin directeuren vervroegd konden opstappen wanneer ze een jongere vervanger hadden. Adjunct De Zwart was er zo een.

Merenwijkschool

Toen die school in 1993 bij de grotere Lorentzschool werd gevoegd, ging De Zwart voor het directeurschap van de toen al zeer multiculturele Merenwijkschool: „In het begin was de overstap heel lastig. Maar ik heb er een onwijs leuke periode gehad, met veel leerlingen van allochtone afkomst en twee asielzoekersscholen waarvoor we het onderwijs verzorgden - in Leiden en in Leiderdorp."

Want ja, hoe gaan die dingen bij De Zwart? Hij is 'vaak nogal impulsief'. En toen Leiden en Leiderdorp asielzoekerscentra kregen met veel allochtone kinderen, zette hij niet planmatig op een rijtje welke stappen er allemaal gezet moeten worden om onderwijs te kunnen bieden. „Ik dacht gewoon: het is een goed idee dat ze opgevangen worden. En van die opvang zijn wij, gezien onze ervaring in de Merenwijk. Dat gaan we gewoon doen en onderweg komen we de hobbels wel tegen."

De hobbels kwamen er inderdaad. Zo bleef de huisvesting maar wisselen en bleken de oorlogstrauma's soms wel erg heftig. ,,Al denk ik wel dat we ze een rustige, veilige plek hebben gegeven.'' Het leidde tot veel moois bij oorlogskinderen die vol veerkracht en vaak ook ambitie bleken te zitten. „Laatst merkte ik dat nog bij een jongen uit een gezin uit Syrië. Hij was heel bewust naar de Lucas van Leydenschool overgestapt. En toen ik hem vroeg waarom, zei hij: 'Maak je geen zorgen, ik word de beste van de hele school'. Dat blijkt ook wel. Hij timmert enorm aan de weg en zit zelfs in de Leidse leerlingenraad."

Stimuleren

Kinderen stimuleren om het beste uit zichzelf te halen: De Zwart kan er nooit genoeg van krijgen. Zijn school school maakt leerlingen ook graag 'verantwoordelijk voor het eigen leren': „Door ze weektaken te geven, kunnen leerlingen min of meer bepalen wanneer zij iets doen."

Zelfs aan de schoolpleinen is dat te zien: toen ze die leuker en uitdagender wilden hebben, hebben leerlingen zelf sponsors gezocht. Ook ontwierpen ze zelf shirtjes voor de Singelloop waar, mede dankzij hardloper De Zwart, meer dan de helft van de leerlingen van de Lucas van Leydenschool aan meedoet. ,,Vaak met ouders. En in zo'n shirtje liep ik ook de Leiden Marathon."

Hoewel die school een stuk minder gekleurd is dan de Merenwijkschool, zitten er wel steeds meer kinderen van expats op. „Vaak spreken ze al Nederlands of pikken ze de taal snel op. Voor hun ouders geldt dat over het algemeen niet. En dan gebeurt het dat leraren op een ouderavond veertien van de 28 gesprekken in het Engels moeten voeren en ze - als ze er niet uitkomen - de tolkentelefoon bellen."

Lerarentekort

Echt zorgen baart het lerarentekort hem: „We hebben voor het komende schooljaar nog altijd 1,5 dag niet ingevuld. Wordt er morgen iemand ziek, dan hebben we niet direct een vervanger." Zelf hoefde hij in zijn carrière gelukkig zelden een dag te verzuimen „Eén keer omdat mijn kind waterpokken had en een keer omdat ik - in de voorjaarsvakantie - mijn enkel had gebroken.''

„Als je veel op je bordje hebt, moet je zorgen dat je fysiek in orde blijft'', legt hij uit. Hardlopen helpt hem daarbij. ,,Ik ben er een keer aan begonnen en merkte dat ik de stress er uitliep, al heb ik rond het opstellen van begrotingen nog wel eens slapeloze nachten."

Als pensionado blijft hij ook zeker hardlopen. Zo doet hij op 28 september mee aan de halve marathon van Katwijk - „de zwaarste van Nederland" - en wil hij aan het eind van het jaar nog ergens een marathon lopen: ,,Misschien wel in het buitenland. En dat ik daar dan naartoe fiets."

Hoe leuk hij de Leidse marathon ook vindt, De Zwart moet er wel erg veel bekenden groeten. „Volgens mijn loopmakkers Wim en Jitze heeft dat me genekt. Zelf denk ik dat het me ook energie geeft." Hetzelfde geldt voor het begeleiden van andere directeuren die onder hetzelfde schoolbestuur vallen, een klus die hij ook na zijn afzwaaien blijft vervullen: ,,Ik ben dan niet echt een coach, maar deel vooral veel; als wandelend vat met kennis ben ik een soort vraagbaak. Moeten ze bijvoorbeeld een jaarplan maken, dan kunnen ze vragen hoe ze dat moeten aanpakken. En als ze ergens de onderwijstijd moeten berekenen, kunnen ze vragen of dat klopt. Ik zeg ook tegen ze: 'Bel of App als er wat is'.''

Hoewel hij er op die manier toch niet helemaal uit zal zijn, weet hij al bij voorbaat dat hij iets 'verschrikkelijk gaat missen': de gesprekken met leerlingen, leerkrachten en ouders. ,,Want dat is toch je corebusiness als directeur. Gewoon er zijn.'' Kwam hij daardoor overdag niet toe aan zijn 'papieren sores', dan nam hij dat gewoon mee naar huis.

Weglopen

Toen hij zijn afscheid zag naderen, dacht hij eerst: ik loop gewoon weg. Het bleek geen optie na een kleine 43 jaar in het Leidse onderwijs, waarvan 31 jaar als directeur. ,,Ik kijk ook terug op een leuke periode met mooie successen, zoals de asielzoekersscholen die we vanuit de Merenwijkschool deden. Ook kreeg de vestiging van de Lucas van Leydenschool in De Steeg een eigen supergymzaal en heb ik een bijdrage kunnen leveren aan fittere scholen.'' Zo stond hij aan de wieg van de 'combinatiefunctionarissen'. Dat zijn gymleraren die de gymles breder weten te trekken, bijvoorbeeld door clinics te regelen en 'de verbinding te leggen met sportverenigingen'. Of, zoals bij Lucas van Leyden, door tussen de lessen door even een kwartiertje mogen rennen, lopen of joggen tijdens de 'Daily Mile'.

Ook het onderzoek dat vorig jaar is verricht naar geldstromen in het onderwijs - en waarbij op zijn school tot op de euro in kaart is gebracht hoeveel geld er per leerling binnenkomt en waar dat aan wordt besteed - heeft 'een klein beetje verschil gemaakt'. ,,Want'', zo merkt hij op, ,,ouders krijgen meer te zeggen over de besteding van die gelden. Mag de medezeggenschapsraad tot nu toe alleen maar adviseren, straks is er instemming nodig. Zo kon serieus worden meegedacht over de vraag hoe het geld zo goed mogelijk kan worden besteed, zodat kinderen daar echt wat aan hebben.''

Uiteindelijk krijgt De Zwart deze weken een zeer uitgebreid afscheid. Zo is er vrijdag een receptie met 'hotemetoten' en gaat hij volgende week uit eten met het schoolteam - 'dat ik dan hartelijk wil bedanken'. Van ouders neemt hij per vestiging afscheid en in een soort van feestweek voor de leerlingen speelt hij verschillende rollen. Zo is hij een van de vossen in een vossenjacht en laat hij zich vol overtuiging weg goochelen in een goochelshow. Zijn tijd is nu eenmaal gekomen, beseft hij. Niet alleen is hij 66 jaar en vier maanden oud, hij zit ook al tien jaar 'op de school': ,,En dan word je onderdeel van het systeem.''

Bron: LeidschDagblad, 3 juli 2019