Content image

Passend onderwijs heeft  meer geld nodig

12 oktober 2017
Bij elkaar opgeteld hebben ze meer dan honderd jaar ervaring in het Leidse openbaar basisonderwijs. Drie basisschooldirecteuren, begonnen in een tijd dat je het management ’erbij deed’, gaan dit schooljaar met pensioen. Samen blikken ze terug. (Bron: Leidsch Dagblad, 12 oktober 2017, Janneke Dijke).

De eer­ste van het drie­tal is Mar­jan Oos­ter­go, di­rec­teur van De Ste­vens­hof. Eind ok­to­ber gaat haar pre­pen­si­oen in. Aan het eind van dit school­jaar vol­gen Anda Cie­re, di­rec­teur van De Ar­ca­de in Room­burg, en John van Haas­te­ren, di­rec­teur van ba­sis­school Anne Frank in de Ste­vens­hof. Een ge­sprek over het op­rich­ten van nieu­we scho­len, over blij wor­den van kin­de­ren en over pas­send on­der­wijs.

Waar­om zijn jul­lie in het on­der­wijs gaan wer­ken?

Cie­re (63): ,,Ik had geen idee. Mijn ou­ders zei­den dat het iets voor mij was. Ik werd op­ge­leid tot kleu­ter­leid­ster en al snel be­gon ik kin­de­ren leuk te vin­den. Ik wist wel vrij snel dat ik niet mijn hele le­ven met kleu­ters wil­de blij­ven wer­ken.’’

Oos­ter­go (63): ,,Ik was een kind dat al­tijd juf­frouw­tje speel­de met veer­tig pop­pen op m’n bed. Ik ben be­gon­nen als kleu­ter­juf op de Meer­paal in de Me­ren­wijk, en la­ter op de Wig­wam in de Kooi.’’

Van Haas­te­ren (65): ,,Mijn twee mees­ters op de la­ge­re school wa­ren mijn in­spi­ra­tie­bron. Die kon­den zo prach­tig ver­tel­len. Dat wil­de ik ook. Toen ik van de pabo kwam, moest ik het le­ger in, maar dat wil­de ik ab­so­luut niet. Als ver­van­gen­de dienst­plicht heb ik vijf jaar lang op een school in de Am­ster­dam­se Pijp ge­werkt.’’

Jul­lie zijn al­le­maal vrij jong di­rec­teur ge­wor­den.

Van Haas­te­ren: ,,Toen was het zo: als je een goe­de leer­kracht was, kon je di­rec­teur wor­den. Dat is ge­woon niet waar. Er zijn ook wel col­le­ga's van ons af­ge­haakt. Als je ziet hoe men­sen nu di­rec­teur wor­den, dan gaat dat veel pro­fes­si­o­ne­ler, en te­recht. On­der­wijs­ma­na­ger is een apart vak.’’

Oos­ter­go: ,,Ik had het idee dat ik me ont­zet­tend waar moest ma­ken als vrou­we­lij­ke di­rec­teur. Ik was de twee­de in Lei­den.’’

Cie­re: ,,Wij zijn be­gon­nen in de tijd van de wet op het ba­sis­on­der­wijs. Er kwa­men veel jon­ge di­rec­teu­ren die de klus wel aan­durf­den. Daar­naast zijn wij op­ge­voed in de flo­wer-po­wer­tijd: vrou­wen met am­bi­tie die op­ko­men voor zich­zelf en daar­bij ook een ge­zin run­nen met hun part­ner. Dat er in deze tijd veel di­rec­teu­ren ver­trek­ken is geen toe­val: die ko­men nu al­le­maal in de pen­si­oen­leef­tijd.’’

Hoe was het om een nieu­we school op te rich­ten?

Cie­re: ,,De Ar­ca­de op­rich­ten in 2005 was voor mij een gro­te uit­da­ging. Het pi­o­nie­ren was ge­wel­dig. Zor­gen voor rou­ti­nes was in de eer­ste ja­ren be­lang­rijk om cha­os te voor­ko­men. De school is ge­wor­den wat ik ge­hoopt had: een sterk school­team met een vi­sie op pas­send on­der­wijs - wat heeft dit kind in mijn groep no­dig. Nooit op­ge­ven en raad vra­gen bij el­kaar.’’

Oos­ter­go: ,,Mijn school moest in 1983 nog ge­bouwd wor­den, daar­om start­ten we in de oude An­to­ni­us­school aan de Bos­hui­zer­laan. Elke dag haal­den we de kin­de­ren op in de Ste­vens­hof en brach­ten ze weer te­rug. De eer­ste ja­ren wa­ren tro­pen­ja­ren. Een nieu­we wijk be­te­kent dat steeds nieu­we leer­lin­gen wor­den aan­ge­meld. De klas­sen ver­an­der­den dus steeds van groot­te en sa­men­stel­ling. De laat­ste tijd krij­gen we heel veel kin­de­ren van oud-leer­lin­gen op school.’’

 

Wat vind je het al­ler­mooi­ste aan je baan als di­rec­teur?

Van Haas­te­ren: ,,Ou­ders zeg­gen vaak dat de school als een warm bad voelt. Daar draag je als di­rec­teur aan bij.’’

Oos­ter­go: ,,Ik word al­tijd ont­zet­tend blij als ik de kin­de­ren en m’n col­le­ga's en­thou­si­ast bin­nen zie ko­men. Je doet het voor­al sa­men.’’

Cie­re: ,,Alle din­gen die je als di­rec­teur doet, doe je voor hen. We moe­ten nu de be­gro­ting ma­ken. Dat vind ik ont­zet­tend leuk werk. Je zorgt er op die ma­nier voor dat er zo­veel mo­ge­lijk geld naar de klas­sen gaat. Hoe­veel tijd er voor in­tern be­ge­lei­ding is, voor re­me­di­al tea­ching (les in klei­ne groep­jes, red.), hoe­veel di­rec­tie­tijd: dat be­pa­len we zelf.’’ 

Als je één ding mocht ver­an­de­ren in het on­der­wijs, wat zou dat dan zijn?

Cie­re: ,,Het idee van pas­send on­der­wijs is goed, maar...’’ Oos­ter­go: ,,Je hebt niet ge­noeg fa­ci­li­tei­ten.’’ Van Haas­te­ren: ,,Het aan­tal uren dat wij voor pas­send on­der­wijs heb­ben, is te wei­nig. Als dat meer wordt, dan pas kun je echt pas­send on­der­wijs ga­ran­de­ren.’’

Oos­ter­go: ,,Kin­de­ren met leer­pro­ble­men kun­nen we goed hel­pen. Maar bij kin­de­ren met ge­drags­pro­ble­men is het moei­lijk. Als een kind uit de band springt dan heb je niet al­tijd ie­mand die het bij zich kan ne­men.’’

Cie­re: ,,Een van m’n do­cen­ten heeft drie kin­de­ren met adhd, twee met zwa­re dys­lexie, twee in het au­tis­tisch spec­trum en een leer­ling die psy­chisch be­hoor­lijk in de knoop zit. En dan nog alle kin­de­ren die steeds ge­maand moe­ten wor­den om door te wer­ken. Als de kin­de­ren min­der dicht op el­kaar zou­den zit­ten, zou­den er veel min­der pro­ble­men zijn.’’

Van Haas­te­ren: ,,Ons spe­ci­a­lis­me op de Anne Frank zijn hoog­be­gaaf­de leer­lin­gen. Als pas­send on­der­wijs echt een suc­ces wordt, zou dat apar­te on­der­wijs zich­zelf uit­ein­de­lijk ook moe­ten op­hef­fen.’’